Van Lauwerzee tot Dollard tou, van Drenthe tot aan t Wad, Doar gruit en bluit ain wonderlaand. Rondom ain wondre stad. Ain Pronkjewail in golden raand is Grönnen, Stad en Ommelaand; Ain Pronkjewail in golden raand is Stad en Ommelaand!
Doar broest de zee, doar hoelt de wind, doar soest t aan diek en Wad, Moar rusteg waarkt en wuilt het volk, het volk van Loug en Stad. Ain Pronkjewail in golden raand is Grönnen, Stad en Ommelaand; Ain Pronkjewail in golden raand is Stad en Ommelaand!
Doar woont de dege degelkhaid, de wille, vast as stoal Doar vuilt het haart, wat tonge sprekt, in richt- en slichte toal. Ain Pronkjewail in golden raand is Grönnen, Stad en Ommelaand; Ain Pronkjewail in golden raand is Stad en Ommelaand!
Gronings Volkslied
Van de Lauwerszee tot aan de Dollard, van Drenthe tot aan het Wad, Daar groeit en bloeit een wonderland. Rondom een wonder stad. Een pronkjuweel in een gouden rand is Groningen, Stad en Ommeland; Een pronkjuweel in een gouden rand is Stad en Ommeland!
Daar bruist de zee, daar loeit de wind, daar waait het aan de dijk en het wad, Maar rustig werkt en wroet het volk, het volk van het dorp en de stad. Een pronkjuweel in gouden rand is Groningen, Stad en Ommeland; Een pronkjuweel in gouden rand is Stad en Ommeland!
Daar woont de goede degelijkheid, de wil, zo hard als staal Daar voelt het hart, wat de tong spreekt, in goede en kromme taal. Een pronkjuweel in gouden rand is Groningen, Stad en Ommeland; Een pronkjuweel in gouden rand is Stad en Ommeland!